| Inventarisnummer: | 36034 | |
|---|---|---|
| Beschrijving: | ||
| Gietmal; rechthoekig; twee mallen met beiden een huismerk (?) binnen parelrand; twee doorboringen aan de bovenzijde en aan twee zijden één doorboring. Deze gietmal is gebruikt voor het gieten van loden of tinnen penningen met een afgebakende functie en gebruiksduur. Deze stukken worden - in dit geval - abusievelijk "pseudo-munten" genoemd daar het gezien de bovenstaande functie geenszins betaalmiddelen zijn. In de tijd dat ze gebruikt werden waren betaalmiddelen gemaakt van edelmetaal: goud en zilver voor het grotere geld ; biljoen en koper voor het kleingeld : munten. Munten werden gemaakt op gezag/toestemming van van vorst, bisschop, of een andere politieke leider; deze tin/loden stukken eerder door een instantie die deze stukken met beperkte gebruikswaarde uitgaf. Te denken valt aan de armenzorg, toegangskwitantie of bewijs van "lidmaatschap". De betekenis van de afbeeldingen op deze gietmal van leisteen(?) lijken een waarde uit te drukken; het grote stuk een waarde van 2, het kleine een waarde van 1. Het teken daarvoor zou de afkorting voor pond kunnen zijn of het gaat om een waarde in geld of een bepaald product zoals bijvoorbeeld turf of brood wordt uit deze twee zijden niet duidelijk. Mogelijk zou de andere helft van de gietmal de oplossing kunnen bieden voor de uitgevende instantie en zodoende ook voor het product of dienst wat er voor verkrijgbaar was. De twee gaten in deze helft van de mal tonen aan dat een tweede deel van de mal, precies passend op de gaten in deze helft - de tweede helft had dan natuurlijk uitstekende "pennen" die precies in deze mal vielen zodat de te gieten penningen keurig netjes twee zijden kregen. Populair worden deze stukken verbonden aan de armenzorg, maar net zo goed zouden het presentiepenningen voor bijvoorbeeld aanwezigheid van de eredienst geweest kunnen zijn in kerk of klooster. Er zijn voorbeelden bekend dat kloosterlingen en/of geestelijken bij aanvang van de dienst een dergelijke "presentie"-penning ontvingen om daarmee later hun presentiegelden te kunnen innen; of dat daadwerkelijk geld was of een bepaalde hoeveelheid wijn, brood of iets anders werd per instelling bepaald. Literatuur over deze stukken is beperkt en als het er is dan lopen de meningen over functie en datering ver uiteen; het meest recente overzicht is gemaakt door J.E.L. Pelsdonk, Pennincxkens van Loode, "Een onderzoek naar in Nederland gevonden loden muntachtige voorwerpen uit de middeleeuwen en 16e eeuw, aangevuld met een overzicht van de modernere penningen" (Goudswaard, september 2003). Vandaag de dag heerst er op internet een ware oorlog over de betekenis en functie van deze stukken ; in het "zuiden" (Belgie) wil men alle stukken van deze aard scharen onder "vervangend kleingeld". Na gieten en losmaken van de stukken van de "gietboom" (het tin/loden staafje uit het vulkanaal met daaraan vast de penningen) had men twee "pseudo-munten" ; muntachtige voorwerpen met een beperkte functie en gebruiksduur. | ||
| Periode: | Middeleeuwen laat B: 1250 - 1500 nC |
|
| Datering: | 1450-1500 | |
| Voorwerp: | Leisteen | |
| Materiaal: | Leisteen | |
| Gaafheid: | Vrijwel compleet | |
| Afmetingen: | 6.7/3.8/1.8 | |
| Vindplaats: | Schiedam Hemaplein BOOR 1996 | |
| Gevonden door: | Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) | |
| Literatuur: | 2002, Boor balans 5: Bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van het Maasmondgebied, Rotterdam, 181 ISBN: 90-800264-5-x |
|
| Bruikleen: | Beschikbaar voor bruikleen | |
Prehistorie
Romeinse Tijd
Vroege Middeleeuwen
Middeleeuwen
Nieuwe Tijd
Topvondsten