| Inventarisnummer: | 49140 | |
|---|---|---|
| Beschrijving: | ||
| Ton; eikenhout; De houten ton heeft een hoogte van 74,5 cm, ter hoogte van de bodem een diameter van 52 cm en een gereconstrueerde buikdiameter van ongeveer 60 cm. Hij bestaat uit 14 eikenhouten duigen, waarvan er negen vrijwel compleet zijn geborgen en de overige vijf fragmentarisch bewaard zijn gebleven De duigen zijn radiaal uit de stam van een snel gegroeide eik gehaald. Van het laatste getuigen de wijde jaarringen die in de dwarsdoorsnede zichtbaar zijn. De uiteinden van de duigen zijn aan de binnenzijde afgeschuind met een dissel . Aan beide kanten van de duigen is een groef te zien, de zogenaamde kroosgroef, voor de plaatsing van de bodem en de deksel van de ton. Het afschuinen van de duigen en de geringe diepte van de kroosgroef suggereren dat de ton is hergebruikt. Voor dit secundaire gebruik werd de bodem opnieuw ingezet, waardoor het afschuinen van de duigen nodig was om de bodemschijf in de ton te kunnen vastzetten. Hierbij is waarschijnlijk een deel van de oorspronkelijke kroosgroef afgevlakt. Bovendien zijn ter hoogte van de kroosgroef gaten aanwezig met een diameter van 0,3 cm, waarin zich nog de restanten van eikenhouten deuvels bevinden. Het lijkt erop dat de bodem extra gezekerd moest worden met deuvels om losraken te voorkomen. De duigen hebben een breedte van 9,8 tot 19 cm in het midden en versmallen naar de uiteinden toe. De dikte van de duigen bedraagt 1,5 tot 1,8 cm. Op één duig (sub 6) is een ritsmerk aanwezig, geplaatst tussen 28,8 en 48,7 cm in het midden van de duig (gemeten vanaf het andere uiteinde op 25,8 cm). Dit merkteken is een kruis met onderaan een schuine streep en aan de andere kant twee schuine, parallelle strepen. Over één van de schuine strepen is een halvemaanvormig uitgesneden vorm te herkennen. Eén duig (sub 3) heeft een rechthoekig bomgat tussen 33 en 42 cm vanaf het uiteinde (Figuur 8-6). Op het bomgat bleek ooit een plankje te hebben gezeten. Spijkergaatjes op het hout aan de zijkanten van de opening vormen een aanwijzing dat deze ooit was afgesloten met een plankje. Die is ook te zien op de veldfotos. Het plankje bestaat uit een deel van een eikenhouten schijf met een diameter van 35 cm en een dikte van 0,6 tot 0,7 cm (V49.2). Op de rand zijn uitgebroken spijkergaten aanwezig. Het hout voor de schijf is radiaal uit een stuk stamhout gehaald. Waarschijnlijk is dit de bodemschijf van een kuipemmer. De duigen werden bij elkaar gehouden met behulp van hoepels. Op de ton zijn duidelijke de afdrukken van twee hoepels boven en onder aanwezig, behalve in het middendeel waar een vrij gebied van 23,4 cm zit zonder hoepelindrukken. De hoepels zijn vervaardigd van gespleten zesjarige takken van es met schors. De ton had een bodem die bestond uit twee maanplanken met een maximale doorsnede van 49,5 cm en een dikte van 1,8 cm. De twee planken zijn met twee deuvels in een pengatverbinding op de lange, rechte zijkanten aan elkaar bevestigd geweest. Aan beide zijden van de bodemschijf is de rand afgeschuind om deze in de groef van de duigen te kunnen plaatsen. Aan één zijde van de schijf zijn twaalf ingesneden streepjes met een lengte tussen 1,4 en 2,1 cm te zien. De functie hiervan is niet bekend. Opmerkelijk zijn de zestien gaten met een diameter van 1,5 tot 1,8 cm die in de schijf zijn aangebracht. Het is mogelijk dat de bodem met gaten als een soort filter voor de put heeft gediend. Dit is waarschijnlijk nodig geweest om te voorkomen dat de put zou dichtslibben gezien ook de aangekoekte, humeuze brokken aan de onderzijde. Vergelijkbare oplossingen zijn bekend van andere archeologische vindplaatsen, zoals de middeleeuwse opgraving in Limmen-De Krocht in Noord-Holland, waarbij ook een ton als beschoeiing werd hergebruikt en waarbij onderin een bodemschijf met gaten werd aangetroffen. De ton heeft als beschoeiing voor de putschacht van de waterput gediend. Op basis van aardewerkvondsten uit de waterput is de datering ervan vastgesteld in de late middeleeuwen; in de dertiende of het begin van de veertiende eeuw. | ||
| Periode: | Middeleeuwen laat A: 1050 - 1250 nC Middeleeuwen laat B: 1250 - 1500 nC |
|
| Datering: | 1200-1425 | |
| Voorwerp: | Ton/vat/kuip | |
| Materiaal: | Hout | |
| Gaafheid: | Gerestaureerd | |
| Afmetingen: | 60.0/74.5/- | |
| Vindplaats: | Noordwijk Bronsgeest Archol 2022 | |
| Gevonden door: | Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol) | |
| Bruikleen: | Beschikbaar voor bruikleen | |
Prehistorie
Romeinse Tijd
Vroege Middeleeuwen
Middeleeuwen
Nieuwe Tijd
Topvondsten