| Inventarisnummer: | 10845 | |
|---|---|---|
| Beschrijving: | ||
| Handgreep; fase 1; zorgvuldig vormgegeven artefact met een smalle, ovale opening is volstrekt uniek, niet alleen in dit vondstcomplex, maar in het gehele Europese Mesolithicum, voor zover wij dat overzien. Op grond van het voorkomen en het ontbreken van slijtagesporen en op basis van enige gelijkenis met houten handgrepen voor vuurstenen werktuigen uit de neolithische alpiene meeroevernederzettingen interpreteren wij het artefact als een handgreep. Het artefact is compleet, maar het is mogelijk dat er van één uiteinde een klein stukje is afgebroken. Het meet 11,8 x 2,0 cm en is, gezien zijn afmetingen, waarschijnlijk gemaakt uit een geweitak met een doorsnede van ca. 2,0 x 2,5 cm. Het is zeer zorgvuldig vormgegeven. In het midden is een ovale opening aangebracht met inwendige afmetingen van 10 x 30 mm, die aan beide zijden in de lengterichting schuin is uitgesneden. Beide uiteinden zijn verdund, maar het ene beduidend meer dan het andere. Van de zijkant gezien is het artefact asymmetrisch: de uitstekende handvatten bevinden zich aan de bovenkant. Beide zijden zijn van boven tot onder met ingekraste bundeltjes lijnen versierd. Deze zijn vooral goed te zien aan de bovenkant, die betrekkelijk weinig slijtage vertoont. Aan de meer uitstekende onderzijde is het artefact duidelijk gesleten en wel zodanig dat de ingekraste versiering bijna is uitgewist. Macroscopisch is er aan de binnenzijde van de opening geen slijtage zichtbaar. Wel werden bij het microscopisch gebruikssporenonderzoek sporen van een zwarte substantie waargenomen, die nadere chemische analyse behoeft. Het totaal van de waarnemingen maakt het onwaarschijnlijk dat de holte van het voorwerp is gebruikt in connectie met touw of riemen, zoals eerst werd verondersteld. Alles wijst in de richting van een handgreep, waarin (met pek?) een werktuig van vuursteen, been of tand was gemonteerd. Het gebruikssporenonderzoek wijst uit dat men er transversaal mee heeft gewerkt, als met een schrabber. De versiering lijkt langs alle randen te bestaan uit een groot aantal (vijftien à twintig) bundeltjes van telkens enkele korte, fijne krasjes. Met name aan de onderzijde zijn deze nog maar net zichtbaar, maar ook de zijkanten blijken te zijn gesleten. De versieringspatronen lopen feitelijk over beide zijkanten door en vormen daar een soort zigzagmotief. Ter vergelijking zijn handgrepen van hout en populierenbast te noemen uit enkele Zwitserse meeroevernederzettingen van de Egolzwiler (Egolzwil) en de Pfyner cultuur, 1500-2000 jaar later: Wangen, Bodman, Thayngen.4 Deze zijn over het algemeen niet geheel doorboord, maar alleen uitgehold. Sommige daarvan bezitten soortgelijke uitstekende handvatten als het stuk van Polderweg. Gemaakt van het gewei van een edelhert (Cervus elaphus). | ||
| Periode: | Mesolithicum laat: 6450 -4900 vC |
|
| Datering: | 5500-5300 vC | |
| Voorwerp: | heft/handvat | |
| Materiaal: | Gewei | |
| Gaafheid: | Vrijwel compleet | |
| Afmetingen: | 11.8/2.0/- | |
| Vindplaats: | Hardinxveld-Giessendam Polderweg Archol 1997-1998 | |
| Gevonden door: | Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol) | |
| Literatuur: | 2001, Archeologie in de Betuweroute: Hardinxveld-Giessendam Polderweg, Amersfoort, 294 ISSN: 1383-5025 ISBN: 90-5799-020-2 |
|
| Bruikleen: | Beschikbaar voor bruikleen | |
Prehistorie
Romeinse Tijd
Vroege Middeleeuwen
Middeleeuwen
Nieuwe Tijd
Topvondsten